Trots 

 

Trots kan ik melden dat voor ons huis de monumentenstatus is aangevraagd. Vorige week kwamen twee enthousiaste ambtenaren van de gemeente het huis bekijken en keurden het waardig. De officiële bevestiging moet nog komen. 

De gemeente is bezig aan een update van haar monumenten en wij hadden ons aangemeld. Men is verrast. “Dat kom je zelden tegen. Bijna altijd het omgekeerde: ik wil niet dat dit een monument wordt”. 

We kregen het schildje al en vertelden dat aan een aantal mensen. Het commentaar dat je krijgt lijkt ook standaard: “Wat levert het op anders dan dat je niks meer mag? Je hebt er alleen maar last van. Waarom doe je het eigenlijk?” 

Gewoon omdat we dus trots zijn, omdat het de beste manier is om je bezit, waar je in hebt geïnvesteerd, te behouden. Ook om het kleine ‘beschermde dorpsgezicht’ waar ons huis deel van uitmaakt af te maken. En om misschien iets, af en toe, terug te krijgen van alles wat we geïnvesteerd hebben in het onderhoud en behoud van het geheel. 

Maar eigenlijk is het dus voor de eer en omdat het huis het waard is. Een bijzonder huis, ons huis.

Zo’n mensen zou ik vaker tegen willen komen. 

Gerard Hendrix
november 2022

Gebinten, toen en nu

De voorgaande blog over gebinten laat zien dat ze in vroeger tijden slim bouwden. Misschien nog wel slimmer dan nu. Omdat er alleen met natuurlijke materialen werd gewerkt (hout, riet, leem, stro), in de boerderij de dieren stonden en bijna overal mest lag, was het ook een heel fijne omgeving voor alle soorten ongedierte. Katten hielden de muizen en ratten weg. Het bestrijden van houtwormen en kevers die de gebinten, sporen en biezen in het riet letterlijk opvraten, was lastiger. Om te conserveren was de schoorsteen half open en ging een deel van de rook door het huis heen. Die kon aan de achterzijde door het ‘oelebord’ weer naar buiten. Door de roetafzetting op het hout gingen en de wormen dood of konden er niet leven. De gebinten in ‘onze’ boerderijen werden meestal op aan-geweld zand geplaatst of op stenen gelijk met de vloer. Door het vocht wat optrok uit de ondergrond en wat uit de mest kwam, verrotten de staanders aan de onderzijde. Vooral waar het vee stond was dit aan de orde. Hierdoor kon het dak in zijn geheel naar beneden zakken en kwam er druk op de buitenmuren. Die werden dan naar buiten geduwd, de gevolgen laten zich raden.

Tegenwoordig hebben we andere vijanden: optrekkende kou in de gebinten, koudebruggen in de vloer en wand, koude vlakken bij de deuren en ramen, dure warmte wat door het dak naar buiten ‘vliegt’ etc. Ongedierte bestrijden doen we nu met chemische middelen wat (in ieder geval op korte termijn) aangenamer is maar die nieuwe vijanden gaan ons veel hoofdbrekens en geld kosten. Des temeer een must om hier samen over te spreken, oplossingen te bedenken en acties in gang zetten. 


Jacob Kin
oktober 2022

De gebinten, het hart van de boerderij 


Een gebint kun je vergelijken met de stokken/buizen van een tent. Het is een draagconstructie van dikke, vaak eikenhouten palen en balken, die samen het gebouw stevigheid geven. Het is een soort geraamte waar de boerderij omheen is gebouwd. Als je de muren weghaalt blijft het dak op z'n plaats.


Bij het bestuderen van grondsporen van boerderijen uit de periode 1400-850 v.Chr werd duidelijk dat de boeren van toen gebruik maakten van hout uit de omgeving en dat de onderkant van de palen eerst in het vuur werden “aangekoold”, waarschijnlijk om ze te conserveren of ongedierte onschadelijk te maken. In het zand werd rond de paalkern een ring van zwart kool gevonden. Erg slim voor die tijd. 



Het is opmerkelijk, dat van boerderijen vanaf ongeveer 1400 ( de Middeleeuwen) in de grond geen sporen van ingegraven palen worden gevonden. Dat komt omdat de constructie is verbeterd. Toen het lukte om de houten palen stevig met elkaar te verbinden (hoekverbinding)  was het niet meer nodig om ze in te graven. Ze werden op veldkeien geplaatst om bederf van het hout tegen te gaan. Dankzij deze “uitvinding” bleven gebinten eeuwenlang bewaard.

Jouk Huisman
september 2022

Duurzaamheid duurt het langst


Ook ik mocht weer meedoen aan de Open Monumentendag 2022. Geweldig vind ik dat. Vol trots kan ik dan mijn vorderingen laten zien en er over vertellen. Ik heb de focus gelegd op isolatie met behoud van authentieke elementen.


Voorafgaand aan de Open Monumentendag was ik aanwezig bij de opening ervan. Ik had op de fiets daarheen gekund, maar er zat maar een uur tussen de opening en de aanvang. Dus ik moest op tijd terug zijn en pakte de auto. De afstand is maar 1,324 km (ruwe inschatting), maar toch... 


Nu waren er tijdens de opening diverse sprekers, onder wie de duurzaamheidscoach uit Zwolle. Goed verhaal had de beste man overigens. Toen ik naar huis wilde, zag ik de duurzaamheidscoach op zijn fiets stappen. U begrijpt dat ik even gewacht heb met instappen omdat ik bang was een flinke portie klappen te krijgen. Hij zag er niet gewelddadig uit maar was wel twee koppen groter dan ik. Klappen omdat ik toch de auto had gepakt en niet de fiets.

Als hij kwaad zou worden heeft ie nog gelijk ook.
Angstig sta ik op de uitkijk achter mijn stalraam voorzien van triple glas te wachten op het moment dat de duurzaamheidscoach de oprit op komt fietsen...

Ronald Bloemert
september 2022

Landschapspijn


Omdat boerderijen verbonden zijn aan het landschap, neem ik een fragment over uit een ‘wandelboekje’ van Marjoleine de Vos, ‘Je keek te ver’. Ze woont op het Hogeland in Groningen. 


“Het platteland is echt nog heel anders dan de stad, hoeveel kleiner de afstanden ook geworden zijn. De landschapsontwerpers die beweren dat het platteland ‘al lang’ niet meer bestaat en dat we ook niet moeten doen alsof er iets is wat de moeite van het behouden waard is, die komen hier niet, of ze sjezen er in een auto doorheen en denken dat je hier best ergens een bedrijventerrein kunt neergooien en dat dan elders kunt ‘compenseren’ met ‘nieuwe natuur’. Ze hebben geen benul van wat landschap is, geen benul van geschiedenis betekent en verbondenheid met een plek.” 


Ik zou er aan willen toevoegen dat door de steeds intensievere agrarische productie, natuur, morfologie en geschiedenis onherroepelijk verloren gaan. Het is onmogelijk om de sporen van vroeger afdoende te behouden of te compenseren. Dat lukt niet bij gebouwen en zeker niet bij iets levends als natuur en landschap. 

Gerard Hendrix
augustus 2022

Twee brillen

Zomer 2016. In de tuin van Oude Rijksweg 243 te Rouveen hangt een zelfgeschreven bordje in de boom: ‘Te Koop’, er is een 06 nummer bijgeschreven. De oude boerderij die dicht op de weg staat is totaal vervallen en staat al 6 jaar leeg. Gaten in het dak, verrotte deuren en kozijnen, kapotte ruiten. Alleen de kavel is mooi en  ruim, dat verandert in ieder geval niet. 

Het heeft mijn interesse en ik vraag wat informatie bij de persoon van het 06 nummer. Het pand is een rijksmonument, er is geen makelaar in beeld, je kunt een briefje inleveren met het bedrag wat je ervoor over hebt. Net als vroeger, geheel in stijl met de boerderij. 

De interesse bleef en ons bod werd geaccepteerd. De binnenkant van de woning bleek niet beter te zijn dan de buitenkant, alles was kapot, functioneerde niet, de rieten kap doortrokken met een dikke laag roet en was op vele plaatsen lek. Of mijn ademhaling moeilijker werd door het roet of door wat ik zag laat ik in het midden maar ik dacht wel: help, wat moet ik hiermee! 

Misschien is dat ook wel de vraag van menig eigenaar van een monument, wat moet ik ermee. Ik betaal me scheel aan stookkosten, alles moet op de duurste manier onderhouden worden en ik mag niks zelf beslissen. Door die bril heb ik ook wel even naar de bouwval gekeken, maar dat helpt je niet verder, daar wordt je alleen maar depri van. 

Als je onbekende wegen inslaat kom je ook, voor jou, onbekende mensen tegen, dat is de eerste meerwaarde. Met, en door die nieuwe contacten leerde ik ook door een andere bril naar de bouwval te kijken. De tijd leek echt 100 jaar stil te hebben gestaan (het verval niet). De bedstee met neuteboom geschilderde deuren waar tot +/- 2005 nog in geslapen werd. De oude estrikken, die omhoog kwamen door de wortels van de eikenboom,  de wandschilderingen, de verstilling, prachtig. Haast te mooi om te restaureren.
 Als we die bril ophouden en andere kunnen aanmeten dan blijft er vast veel behouden.

Jacob Kin
juli 2022

Anders doen

 

Het platteland lijkt deze dagen alleen te bestaan uit stikstof en de depositie ervan op Natura 2000 gebieden. Stel dat we dat onder controle hebben, is dan alles opgelost, zijn we er dan? Natuurlijk niet. Als het uitkopen van boeren en alle innovaties al zouden lukken – de voortekenen zijn niet heel gunstig om het zacht uit te drukken – dan is er nog heel veel te doen. Dan heb je nog een water-probleem, biodiversiteitsprobleem, een prijsprobleem, een klimaatprobleem, een over-welke-boer-hebben-we-het-eigenlijk probleem, etc. 

Voor mij gelden twee uitgangspunten als je aan een ander platteland wil werken. 

Je moet dat met iedereen samen doen want het platteland is niet alleen van diegene die de grond bezit. Dan zijn boerderijen en ‘t oude cultuurlandschap, heel belangrijk. Het zijn de genen die we gezamenlijk hebben.  

En je moet het doen met andere middelen en methodes dan al die onderzoeken en beleidsrapporten van nu. Want dat verbindt geen mensen.
Maak muziek, theater, vertel verhalen, kom samen. Zo organiseer  ik deze maanden ‘De Vonderhoek gaat op de schop’, een theatervoorstelling over al die veranderingen in het landelijk gebied en hoe een buurt er mee omgaat. Op bijzondere locaties. Had wel in Stroe willen spelen.

Gerard Hendrix
juni 2022

Boerderijbehoud

Erfgoed, zoals de Staphorster boerderij, is  waard om te behouden. Heel lang werd het behoudwaardige erfgoed als iets unieks en onvervangbaars beschermd. Het had een eigen status, met eigen codes en kwalificaties. Ook waren er de verdedigers van dat erfgoed, rekkelijken en vooral veel onwrikbare. Monumenten waren als in beton gegoten. De overheid had de belangrijkste rol. 

Vanaf het begin van deze eeuw is erfgoed veel meer onderdeel van een brede maatschappelijke ontwikkeling. Behoud gebeurt doordat erfgoed een nieuwe, economische functie krijgt, toekomstbestendig. Het Belvedère programma zorgde er voor dat bijvoorbeeld boerderijen steeds meer een rol kregen – zeker als ze hun oorspronkelijke functie waren verloren – in gebiedsontwikkeling; en omgekeerd. 

Wat dat betreft is Staphorst een sprekend voorbeeld: de boerderij is hét kenmerk van de streek, ze kan een motor zijn voor bijvoorbeeld toeristische ontwikkeling. 

Maar alles valt en staat bij de inzet en betrokkenheid van de eigenaren, bewoners. Hoeveel hebben ze over voor het behoud door-ontwikkeling van deze erfgoed parels?

Gerard Hendrix
mei 2022

Stucwerk in de boerderij

Ja, daar sta je dan in je geïsoleerde achterhuis met 2.586 kg aan gipsplaten tegen de wand en dak geschroefd. Om het de volgende bewoner moeilijk te maken heb ik diverse gipsplaten ook vastgekit. Mochten ze de indeling willen wijzigen kan het maar zo zijn dat ze tegen een vastgekitte gipsplaat aanlopen. Ik zie het gemartel al voor me en kan hier intens van genieten. Ik heb een vooruitziende blik... Hebben ze na veel gepeuter de gipsplaat al kunnen verwijderen, komen ze mijn naam, geschreven met dikke viltstift, ook nog tegen "Ronald Bloemert"... Geweldig!

Terug naar die 2.586 kg gipsplaat. De naden moeten gevuld worden en wanneer je gipsplaten gebruikt van 60 cm breed, ben je nog wel even bezig. Daarom heb ik voor de wanden op de begane grond 120 cm brede gebruikt. Dat scheelt behoorlijk wat werk. Voor het dak onder 47 graden is dit voor mij niet te doen, te zwaar, en heb hiervoor de smallere platen gebruikt. Ik voer de werkzaamheden immers alleen uit. 
Beter ook, ik heb daardoor nog steeds vrienden. Want het duurt bij mij altijd wat langer, alles moet op de mm nauwkeurig en alle schroeven moeten op een lijn zitten met behulp van de kruislijnlaser.

Nadat alle naden gevuld en geschuurd zijn, komt het stucen. Dit laten doen, ook dat gaat te ver. Tegenwoordig zijn er allerlei producten te koop. Met een dunne laag (lees: 1... 2 mm dik) kun je een heel mooi resultaat krijgen als je de gipsplaten strak en vlak hebt aangebracht. Ik heb geëxperimenteerd met Fill & Finish Light van Knauf. Dit kun je zowaar met een vachtroller aanbrengen om daarna vlak te maken met een rei of spacmes. Daarna heb ik het nog nageschuurd met fijn schuurpapier.

 Ik ben tevreden met het resultaat. Kom kijken zou ik zeggen. 

Ronald Bloemert
april 2022

Stalramen in de boerderij 


Mijn achterhuis wilde ik isoleren. Op zich niet heel moeilijk. Houtskeletbouw elementen geplaatst aan de binnenkant en de houten kozijnen vervangen .
Het ging om 9 stalen stalramen met enkel glas en stopverf aan de buitenkant.
Daar komt een bak kou naar binnen, wil je niet weten. Maar ook dit is op te lossen.
Ik sprak iemand die dit kon vervangen door houten kozijnen met dubbel glas. Gaat hem niet worden.
Ik besloot de stalen stalramen na te maken in combinatie met triple glas. In eerste instantie had ik dit uitgetekend met standaard stalen profielen, waardoor ik erachter kwam dat de verhouding niet goed was bij dergelijke kleine kozijnen (b x h, 600 x 400 mm). Deze standaard- profielen hebben namelijk een breedte van 40 mm wat maakt dat de glasplaatjes veel te klein worden.
Toen ging ik zelf geïsoleerde profielen maken, vervaardigd uit hoeklijnen, T-profielen en strippen. De breedte in aanzicht aan de binnenkant bij de tussenregel en tussenstijlen kan ik hierdoor terugbrengen van 40 naar 30 mm. Dat is net acceptabel. De omranding van het kozijn is gemaakt van hoeklijn 20 mm. Minder kan ook niet, daar het triple glas een afstandhouder heeft van 12 mm die ook weggewerkt moet worden.
Aan de binnenkant worden dus hoeklijnen en T-profielen gebruikt en aan de buitenkant strippen om deze vervolgens af te kunnen kitten om zo het stopverf-effect terug te krijgen.
De binnen- en buitenschaaldelen worden met enige afstand van elkaar gekoppeld door middel van rvs pennetjes van 2 mm. De totale koudebrug is slechts circa 52 mm2. Voor het triple glas heb ik gekozen voor een een type met kunststof afstandhouders om zo randcondensatie te vermijden.
Uitdaging: de drie stalramen in wc en slaapkamer moeten open kunnen. Na eerst een en ander op papier te hebben uitgewerkt is dit uiteindelijk ook gelukt. Resultaat: valramen met verborgen scharnieren, uittilbeveiliging, valscharen en een degelijke sluiting welke vanaf de buitenkant niet zichtbaar is. Ook deze valramen worden voorzien van triple glas. Tevens is rekening gehouden met beluchting en ontwatering.

Dit was een technisch verhaal voor de liefhebber.

Ronald Bloemert
maart 2022

Knagers op de boerderij

Ongenode gasten zijn er genoeg te vinden als je een beetje goed oplet. In de loop der jaren heb ik er al veel voorbij zien komen. Ik noem een paar soorten: boktor, rat en muis. Met lede ogen zie ik aan hoe ze keer op keer proberen de boerderij over te nemen. 

De eerste soort heb ik denk ik onder controle. De ‘boktorman’ heeft mijn huis behandeld. Nadien heb ik 48 uur lang het huis niet betreden. Daarna goed ventileren. Doe je dit niet, kunnen de gevolgen verschrikkelijk zijn, ik spreek uit ervaring.
Maar het lijkt erop dat de boktor weg is.
De tweede soort heb ik ook onder controle. Door dooie ratten een paar dagen te laten liggen wordt de rest bang en komt niet meer opdagen. Ik ben en voel me ‘ratloos’.
De derde soort, de muis, is hardnekkiger. Onvoorspelbaar ook. Soms merk ik weken niks om vervolgens dagen achtereen getuige te zijn van hun activiteiten. Ik ben er nog niet  achter hoe dit komt. Wij zijn consequent qua gedrag, zij dus niet.
De bestrijding is simpel, in totaal drie katten aangeschaft en uitgezet op het erf. Twee zijn inmiddels dood, oorzaak auto’s. Die derde kat is een echte killer. Helaas neemt die de muizen mee naar binnen, wat niet de bedoeling is. Ook heb ik muizenvallen neergezet op het verlaagde plafond. Dit werkt wel, maar wanneer zo'n val afgaat - altijd midden in de nacht - dan zit iedereen rechtop in bed.
Kortom, je moet ervoor zorgen dat de muizen niet binnen kunnen komen. Bijvoorbeeld de kieren naast een ongeïsoleerd stalraam dichten is volgens mij een goede remedie. Maar het schijnt dat ze zich ook door een gat van 5 mm kunnen wurmen... bijna ondoenlijk om dit op te lossen.
Ik neem het maar voor lief dat af en toe een vreemde knager mij vraagt of er ook nog jonge kaas is.

Ronald Bloemert
februari 2022

Walnotenbomen bij de boerderij 


Ik ben de trotse eigenaar van 6 walnotenbomen. Twee walnotenbomen zijn vruchtdragend. Afhankelijk van hoe de temperatuur in het voorjaar is geweest, is de oogst over het algemeen goed te noemen. Goed is in mijn geval gelijk aan of meer dan 2456 walnoten verdeeld over deze 2 bomen (1203 walnoten boom 1 en 1253 walnotenboom 2). Een walnotenboom heeft meerdere functies, namelijk ook het weghouden van muggen (is mij verteld).
Oktober is de maand waarin de meeste walnoten naar beneden komen. Meestal heb ik geen geduld en sta ik in september al aan de boom te schudden, zinloos.
Ook vind ik het fijn om walnoten te rapen, dit doe ik graag. Voor mij is dit het hoogtepunt van de dag. Je kunt het je zo voorstellen: ik trek dan een paar oude klompen aan en stamp driftig door het natte gras in de ochtend. Ik inspecteer globaal de grond in een straal van 4 meter vanuit het hart van de walnotenboom en verdeel dit gebied in 4 sectoren te weten sector 1, 2, 3 en 4. Vervolgens ga ik per sector nauwkeurig te werk betreffende walnoot-detectie wat wil zeggen dat elke sector minutieus gescand wordt door mij. Pas daarna begin ik met walnoten rapen. Het rapen moet overigens ongeveer dagelijks gebeuren daar anders verrotting van de walnoot optreedt.
De gemiddelde opbrengst per sector bedraagt 307 walnoten wat dus goed te noemen is.
Maar goed, nadat de walnoten geraapt zijn, spoel ik ze af onder de kraan en leg ik ze te drogen op de vensterbank. Na circa een week gaan de walnoten in een grote mand om vervolgens na een maand gekraakt en opgegeten te worden. Ik kan u vertellen dat een walnoot omwikkeld met kaas erg lekker is!
De kleinere walnoten zet ik weer uit in de sectoren waaruit ze geraapt zijn. Dit doe ik om de bosdieren tegemoet te komen tijdens de barre winter. Je moet weten dat zij het al moeilijk genoeg hebben in wintertijd. De bosdieren echter, stellen steeds hogere eisen aan de walnoten wat best bizar is om te zien. Walnoten te klein, te dun, niet goed van kleur, te snel uit de barst gehaald, geur niet goed et cetera et cetera. Je kunt het zo gek niet bedenken waar ze betreffende klachten mee komen. Dan denk ik: zoek het uit met mekaar!
Sommige ongenode gasten (muizen in dit geval) brengen de walnoten zelfs terug. Ergens komen ze binnen en kruipen vermoedelijk via de spouw naar boven richting het verlaagde plafond in de slaapkamer. Bizar. Niet leuk ook, met slapeloze nachten tot gevolg omdat door het verlaagde plafond een klankkast ontstaat waardoor slechts 1 kleine muis een enorm lawaai kan veroorzaken. Dichtpurren helpt niet, daar knagen ze doorheen. Kortom, ze willen naar binnen toe. Waarom? Het is klaarblijkelijk fijn bij ons op de boerderij...

Ronald Bloemert
januari 2022

Kleur

 

In Parijs is op dit moment een tentoonstelling van Josef en Anni Albers, twee Bauhaus docenten-kunstenaars. Bauhaus was de kunstopleiding in Duitsland tussen de twee WO die voor immense veranderingen heeft gezorgd in de kunst. Kunst werd ambacht en onderzoek. Kunst moest ook functioneel zijn, reproduceerbaar en zelfs industrieel. 

Jozef Albers was ontwerper. Zijn beroemde uitspraak was - op de vraag wat hij doceerde - “Ik leer studenten kijken”. Hij werd vooral bekend omdat hij in de latere fase van zijn leven, kleur onderzocht en vooral de interactie van kleuren. Want, “choice of the colours used, as well as their order, is aimed at an interaction – influencing and changing each other forth and back”. Ofwel kleur is niet absoluut maar wordt beïnvloed door de kleur eromheen. 

In de reeks 'een homage aan het vierkant’ maakte hij honderden schilderijen, telkens drie of vier vierkanten over elkaar en telkens andere kleuren. 

Een ervan lijkt wel een eerbetoon aan de de Staphorster boerderij.

Gerard Hendrix
december 2021

Isoleren begint bij jezelf

 
 Ik heb een boerderij, half pannen, half riet. Leuk, maar bar koud in de winter! Het dak van het achterhuis bestond uit riet op sporen. De vele ramen en deuren hebben enkel glas en heel veel kieren. De vloer is deels beton, deels betonklinkers. 

Gevolg: de temperatuur binnen is op de duur gelijk aan de temperatuur buiten. 

 Daar moet dus wat aan gedaan worden. Eerst ben ik begonnen met het weghalen en uitgraven van de bestaande vloer om daarna een stevig en dik isolatiepakket aan te kunnen brengen. Toen de gevels en het dak voorzien van een dikke laag isolatie Daar waar mogelijk is triple glas geplaatst. 

Dit alles heeft ervoor gezorgd dat bij -15 graden het binnen nog steeds 9 graden is. En dat levert, zonder verwarming, een temperatuurverschil van 24 graden! 

 Sta ook eens stil bij het goed isoleren van je woning. Niet alleen in tijden van hoge energieprijzen. Speelt geld geen rol? Denk dan tenminste aan het milieu. En het woont ook plezieriger. 


Ronald Bloemert
november 2021

Zaandschieten en het zandhokje

Een aantal percelen bij Staphorst met een nog zichtbare bebossing werden eeuwenlang gebruikt voor het winnen van het witte zand. Dit zand zat onder het maaiveld tot ongeveer een meter tot anderhalve meter diep. Wanneer er soms dieper gegraven moest worden ,  kwam men zelfs terecht op het welwaterniveau. Dan moest men flink en snel werken om het zand naar boven te halen. Dit werk noemt men zandschieten.

 Eeuwenlang werd er in Staphorst en in Rouveen wit zand gebruikt als vloerzand op de rode en blauwe tegels (estrikken tegels) in het voorhuis. Dit zand was ter bescherming van de dure tegels. De boer hield gewoon  altijd de klompen aan, en ging van het achterhuis naar het voorhuis met de klompen aan. Het zand van de vloer werd  als het uitgedroogd was, minstens eenmaal per week  bijeengeveegd en de vloer werd van nieuw zand voorzien. 

 Wilde men bij begrafenissen het erf netjes hebben dan werd daar ook zand gestrooid. De witte kleur is voor de Staphorsters de kleur die staat voor reinheid en properheid.

Het gebruikte vloerzand werd in winter in de koegruppe (de mestopvang achter de koeien)  geschept zodat de mest niet ging kleven op de bodem van de grup.

 Het zand werd opgeslagen in een zandhokje (soms speelplek voor de kinderen) dat tegen de boerderij was aangebouwd. Het zand werd vanuit de bak van een boerenwagen via het dak - er werden dan wat pannen verwijderd - in zandhokje geschept. Bij sommige boerderijen is nog een zandhokje te zien. 

Rond 1950 was het gebruik van het strooien van zand op de vloer nog volop aanwezig. Rond het jaar 2000 was het gebruik van zand op de vloer zo goed als verdwenen en werd in de voorkamer moderne vloerbedekking gebruikt.

Jouk Huisman
oktober 2021

Paasgeel

In de vorige eeuw was het in Staphorst gebruikelijk dat je bij bijzondere feesten zoals een huwelijk of bij kerkelijke hoogtijdagen zoals Pasen je beste of mooiste gordijnkanten voor hing. Dat waren over het algemeen nieuwe gordijnkanten. Nieuw kant is vaak wat crèmig of gelig, omdat die nog niet gewassen is.
Op een zeker moment moeten ook zulke nieuwe of beste gordijnkanten een keer gewassen worden. Dan worden ze net zo wit als de katoen waar ze aan vast zijn genaaid.
Om toch het effect van nieuwe gordijnen te krijgen, gingen sommigen ertoe over om gordijnkanten bij te kleuren. Met een klein beetje kleurstof werden ze weer créme of geel gemaakt, al naar gelang de smaak van de bewoners. Zoals dat vaker gaat, werd er steeds een beetje meer bijgekleurd. En dan krijg je de gele gordijnkanten zoals die nu nog bij een enkele boerderij te zien zijn.
De gordijnkanten zijn tegenwoordig vaak alleen nog te zien rond Pasen. De enige reden daarvoor is dat Pasen een belangrijke christelijke feestdag is en de bewoners dan de gele stroken dus voor de paasdagen voor het raam hangen.

Dank aan Johan de Bruijn die bovenstaande tekst en uitleg samenstelde.
september 2021